Op werkdagen voor 17.00 uur besteld, is de volgende dag in huis.

Zelfcontrole

Het is belangrijk om uw handen te wassen voordat u uw bloedsuiker meet omdat er altijd resten van suiker aan uw handen kunnen zitten en dat zou de uitslag kunnen beïnvloeden. Vergeet ook niet uw handen goed af te drogen voordat u test, want vocht aan uw vingertoppen heeft eveneens invloed op de uitslag. Als u de handen niet kunt wassen, veeg dan de eerste bloeddruppel weg en gebruik de tweede druppel.

Misschien kunt u de prikdiepte van uw prikpen iets dieper instellen? Soms helpt het ook eerst uw handen met warm water te wassen, uw vingertop wat te masseren of uw handen even langs uw lichaam te laten hangen. Het is niet goed om de bloeddruppel uit uw vingertop te stuwen voordat u uw bloedsuiker gaat meten. Hierdoor kan er wondvocht in de bloeddruppel komen en dit beïnvloedt de uitslag van uw glucosemeter.

Om een goede bloeddruppel te krijgen voor het bepalen van uw suikerwaarde, prikt u liever niet in uw duim en wijsvinger. Als u iets oppakt, doet u dat namelijk met uw duim en wijsvinger. Beter kunt u de middelvinger, de ringvinger en de pink van beide handen gebruiken. Prik niet bovenop de vingertop want daar zitten de meeste tastzintuigen. Dit is pijnlijker. Aan de zijkanten van de vingertoppen kunt u wel prikken. Voor het behoud van uw vingers is het goed om af te wisselen tussen de linker- en rechterkant van de vingertoppen. Neem ook iedere keer een andere vinger.

Dit is afhankelijk van hoe vaak u insuline spuit. Uw zorgprofessional zal u vragen om regelmatig een dagcurve te maken. U moet dan op vaste tijden uw glucose testen en dit opschrijven in een dagboekje. Daarmee kan uw zorgprofessional controleren of uw medicatie nog in balans is met uw normale patroon van eten en bewegen. Spuit u één of tweemaal daags insuline dan is het vaak voldoende om eens in de paar weken een dagcurve te maken. Daarnaast zult u af en toe controleren of uw glucosewaarde te hoog of te laag is. Ook kan het interessant zijn de effecten van bijvoorbeeld voeding of beweging te meten. Bij voeding doet u dit door voor en anderhalf uur na het eten uw bloedsuiker te meten. Bij bewegen meet u ervoor, direct erna en eventueel twee uur na het bewegen. Mensen die meerdere keren per dag insuline spuiten of een insulinepomp hebben, krijgen het advies dagelijks een dagcurve te maken. Overleg met uw zorgprofessional wat het beste bij uw therapie past. 

Teststrips

Hoeveel teststrips u vergoed krijgt, is afhankelijk van uw behandeling. Iemand die tweemaal daags insuline spuit krijgt bijvoorbeeld minder strips vergoed, dan iemand die een insulinepomp gebruikt. Zorgverzekeraars hebben opgesteld hoeveel teststrips u vergoed krijgt bij uw insulinetherapie. Bij het uitschrijven van de verantwoording zal uw zorgprofessional hier rekening mee houden.

Komt u niet uit met de teststrips die uw zorgverzekeraar vergoed, bespreek dit dan met uw voorschrijver. Hij of zij kan bij Mediq Direct Diabetes aangeven hoeveel extra strips u nodig heeft en waarom. Wij kunnen dat vervolgens weer declareren bij uw zorgverzekeraar.

U krijgt een foute uitslag als u bij het testen per ongeluk wat suiker op uw vingers heeft zitten. Daarom moet u uw handen wassen voordat u uw suikerwaarde gaat testen. Bent u niet in de gelegenheid om uw handen te wassen, veeg dan de eerste bloeddruppel goed weg en gebruik de tweede druppel om mee te testen.

Teststrips ketonen en urine

Mensen met diabetes kunnen ketonen in het bloed krijgen als er sprake is van een absoluut insulinetekort. Door dit insulinetekort kan de suiker uit het bloed de lichaamscellen niet bereiken. Hierdoor stijgt de bloedglucosewaarde en krijgen lichaamscellen geen suiker, dus geen energie. Omdat de cellen in uw lichaam wel energie nodig hebben, gaat het lichaam op zoek naar een alternatieve energiebron. Het schakelt over op vetverbranding en hierbij komen vetzuren (ketonen) vrij. 

Een absoluut insulinetekort kan op verschillende manieren ontstaan: bij een nog niet ontdekte diabetes type 1, door het vergeten of overslaan van insuline-injecties, bij een verstopping van of defect aan uw insulinepomp, door ziekte of koorts, door een ernstige ontregeling van uw diabetes.

Uw adem ruikt naar aceton, u heeft hoge glucosewaarden > 14 mmol/l die niet willen dalen, u gaat veel plassen en krijgt een droge mond en tong, buikpijn, misselijkheid en braken, u droogt uit (dehydratie), uiteindelijk gaat uw lichaam verzuren (diabetische keto-acidose). Hierdoor kunt u in coma raken. Dit kan zelfs tot de dood leiden.

Bij een diabetische keto-acidose schakelt uw lichaam over op vetverbranding als gevolg van een absoluut insulinetekort. Bij deze verbranding komen afvalstoffen (ketonen) vrij. Hierdoor verzuurt het lichaam, stijgen de glucosewaarden en droogt u uit. Vaak gaat dit gepaard met misselijkheid en braken. Als u dan niet wordt behandeld, kunt u in coma raken en uiteindelijk zelfs sterven.

Heeft u het vermoeden dat uw ketonen te hoog zijn, neem dan altijd direct contact op met uw zorgprofessional of ga naar de EHBO. Heeft u inderdaad een keto-acidose dan krijgt u in het ziekenhuis een vocht- en insuline-infuus om de balansen in uw lichaam weer te herstellen. Ondertussen moet u: blijven drinken, glucosewaarden blijven meten, ketonen meten indien mogelijk, insuline blijven nemen (liefst in overleg met uw behandelaar), kleine hoeveelheden blijven eten (uw lichaam heeft namelijk suiker nodig om weer over te kunnen stappen van vet- op suikerverbranding), vermijd veel lichamelijke activiteit. Hiervoor heeft het lichaam energie nodig en door het gebrek aan insuline kan er geen energie aan de spieren worden geleverd en neemt de verzuring alleen maar toe.

In tegenstelling tot mensen met diabetes type 1 maken mensen met diabetes type 2 vaak zelf nog insuline aan. De kans op een absoluut insulinetekort is dan veel kleiner. Mensen met diabetes type 2 hebben daarom minder kans op een keto-acidose, echter het is niet uitgesloten. U kunt met uw zorgprofessional overleggen of u gevaar loopt op een keto-acidose en of het voor u zinvol is om strips voor het meten van ketonen te hebben.

Lancetten

Lancetten (en ook naalden) hebben een siliconenlaagje dat ervoor zorgt dat uw huid minimaal wordt beschadigd. Na één keer prikken gaat dat laagje eraf en komen er minuscule bramen aan. Ook de punt van de lancet wordt krom naarmate er vaker mee geprikt wordt. Dus voor het behoud van uw vingers is het nodig om elke keer met een nieuwe lancet te prikken.

Als uw vingers koud zijn, is het moeilijker om een goede bloeddruppel te krijgen. U kunt uw handen wassen met warm water of uw vingertoppen warm masseren. Ook kunt u uw handen even langs uw lichaam laten hangen. Het is niet goed om de bloeddruppel uit uw vingertop te stuwen. Hierdoor kan er wondvocht in de bloeddruppel komen en dit beïnvloedt de uitslag van uw glucosemeter. Is uw bloeddruppel vaak te klein, dan kan het helpen de prikdiepte van uw prikpen iets dieper in te stellen.

Doorgaans heeft u maar een klein bloeddruppeltje nodig voor een glucosemeting. Als uw druppeltje te klein is, geeft uw glucosemeter een foutmelding. Prik dan opnieuw en neem een nieuwe teststrip om alsnog uw suiker te meten. Probeer niet meer bloed uit uw vinger te stuwen, want dit kan de uitslag beïnvloeden.

Prikpennen

Om een goede bloeddruppel te krijgen, kunt u het beste de middelvinger, de ringvinger of de pink van beide handen gebruiken. Prik niet bovenop de vingertop want daar zitten de meeste tastzintuigen. Dit is pijnlijker. Aan de zijkanten van de vingertoppen kunt u wel prikken. Voor het behoud van uw vingers is het goed om af te wisselen tussen de linker- en rechterkant van de vingertoppen. Neem ook iedere keer een andere vinger. U kunt beter niet in uw duim en wijsvinger prikken. Als u iets oppakt, doet u dat namelijk met deze vingers. 

Vrijwel alle prikpennen hebben meerdere prikdieptes, variërend van 6 tot 11 prikdieptes. U kunt zelf selecteren welke prikdiepte u gebruikt. Hoe lager de prikdiepte, hoe minder diep u prikt. In het begin is het even uitproberen welke prikdiepte voor u geschikt is. Dit is onder meer afhankelijk van uw bloedsomloop. Maar ook de temperatuur speelt een rol. Koude vingers geven doorgaans minder makkelijk een goede bloeddruppel. Uw bloedglucosemeter heeft maar een hele kleine bloeddruppel nodig om uw suiker te testen. Begin daarom met een lage prikdiepte om onnodige pijn te voorkomen. 

De meeste zorgverzekeraars vergoeden maximaal één prikpen per twee jaar. U kunt dus eens per twee jaar een nieuwe prikpen bestellen. Gaat uw prikpen tussentijds kapot, dan komt u eerder in aanmerking voor een nieuwe prikpen.

Vindt u het moeilijk om in uw vinger te prikken, dan is AST (Alternative Site Testing) wellicht iets voor u. Dit betekent dat u op een andere plaats prikt dan in uw vinger, bijvoorbeeld in de muis van uw hand, arm of been. In laboratoria van ziekenhuizen is geconstateerd dat waarden geprikt in de muis van de hand en het dikke deel onder de pink overeenkomen met de waarden van een vingerprik. Kiest u ervoor om in uw arm of been te prikken, dan meet u de bloedglucosewaarde van een uur daarvoor. Dit komt omdat de bloeddoorstroming in de armen en benen minder goed is. Daarom moet u voor een nuchtere glucosewaarde of bij acute situaties, bijvoorbeeld bij een dreigende hypo, altijd in een vinger prikken. AST kan een uitkomst zijn voor mensen die halfzijdig verlamd zijn of voor mensen die hun vingers voor hun werk nodig hebben, bijvoorbeeld muzikanten, koks of hoveniers. Overleg altijd met zorgprofessional als u AST overweegt.

In het ziekenhuis meten ze uw glucosewaarde in het bloedplasma verkregen uit bloed dat ze uit uw arm hebben afgenomen. Als u zelf uw bloedsuiker test, doet u dit met zogeheten capillair volbloed, oftewel met de bloeddruppel uit uw vinger. Omdat deze meetmethoden van elkaar verschillen, kunnen de uitslagen niet zomaar met elkaar vergeleken worden. Echter, tegenwoordig zijn steeds meer teststrips van bloedglucosemeters plasma gekalibreerd, dat wil zeggen dat uw meter de glucosewaarde automatisch omrekent naar de waarde zoals deze in het ziekenhuis wordt gemeten in het bloedplasma. In dat geval is de testuitslag van uw vingerprik vergelijkbaar met die van uit het ziekenhuis. Of uw teststrips plasma gekalibreerd zijn, leest u in de bijsluiter van uw glucosemeter. 

Bloedglucosemeters

Mensen met diabetes die insuline gebruiken, krijgen een bloedglucosemeter vergoed. Dit geldt overigens ook voor mensen met diabetes type 2 die tabletten gebruiken maar binnenkort insuline gaan spuiten. Welke bloedsuikermeter u vergoed krijgt, is afhankelijk van uw therapie. Bijvoorbeeld: voor iemand die tweemaal daags spuit gelden andere regels dan voor mensen met een insulinepomp. Bovendien heeft iedere zorgverzekeraar een eigen assortiment bloedglucosemeters in het pakket. Wilt u weten waar u recht op heeft? Zodra u bent ingelogd, kunt u in de webshop uw persoonlijke vergoeding op basis van uw zorgverzekeraar inzien.

U mag één keer per drie jaar een nieuwe bloedglucosemeter bestellen. Mocht uw glucosemeter tussentijds kapot gaan, dan kunt u eerder een nieuwe meter aanvragen. Het kan ook gebeuren dat uw zorgverzekeraar veranderingen doorvoert in de lijst met glucosemeters die ze vergoeden. Als dit betrekking heeft op uw glucosemeter, dan moet u wellicht eerder wisselen.

Alle bij Mediq Direct Diabetes verkrijgbare glucosemeters zijn getest op betrouwbaarheid. Toch mag een suikerwaarde 15% naar boven en 15% naar beneden afwijken van de daadwerkelijke waarde op dat moment. Als u altijd dezelfde meter gebruikt, is dat geen probleem, maar op het moment dat u verschillende meters door elkaar gaat gebruiken, kan dat verwarring geven.

Met de controlevloeistof kunt u controleren of uw glucosemeter de juiste testuitslag geeft. In plaatst van met een druppeltje bloed, doet u een test met een druppeltje controlevloeistof. Op de flacon van de controlevloeistof staat het testresultaat dat u moet krijgen. U kunt dit doen als u uw glucosemeter niet (meer) vertrouwt of bijvoorbeeld heeft laten vallen. LET OP: de controlevloeistof is beperkt houdbaar en werkt meestal alleen met de glucosemeter waarbij deze wordt geleverd.

Vaak controleert u meerdere keren per dag uw glucosewaarde. Op basis van het meetresultaat neemt u belangrijke beslissingen over uw medicatie en voeding. Omdat u meerdere keren per dag test, wordt het een routine. En in routineuze handelingen kunnen na verloop van tijd ongewild fouten ontstaan. Daarom is het belangrijk één keer per jaar de handelingen voor het meten van uw glucosewaarde samen met uw zorgprofessional te controleren.

Software

Het testresultaat van uw glucosemeter is een momentopname. Zodra u uw meter uitleest met diabetes software, kunt u ontdekken of er trends zijn in uw glucosewaarden. Misschien zit u wel elke ochtend te hoog of altijd te laag voor de avondmaaltijd. Met deze informatie kunt u in overleg met uw zorgprofessional bespreken hoe u uw diabetesbehandeling kunt verbeteren.

Nadat u uw glucosemeter heeft uitgelezen op uw computer, kunt u deze informatie naar uw zorgprofessional mailen. Ook kunt u het rapport printen en meenemen naar het volgende consult.

Wilt u weten of uw glucosemeter over diabetes software beschikt en wat u hiermee kunt doen? Kijk dan bij de productspecificaties van uw glucosemeter in onze webshop.

Batterijen

Meestal kunt u dat zien door naar de batterijen te kijken die in uw glucosemeter zitten. In de handleiding van uw bloedglucosemeter kunt u eveneens lezen welke batterijen uw meter gebruikt. Heeft u de handleiding niet meer, dan kunt deze downloaden op internet. In de handleiding staat ook beschreven hoe u de batterijen kunt vervangen.

Ja, uw testresultaten zijn nog betrouwbaar als de batterijen bijna leeg zijn.

Nee, bij vrijwel alle glucosemeters blijven uw meetresultaten en instellingen behouden als u de batterijen vervangt. Een enkele keer moet u opnieuw de datum en tijd invoeren. Bij twijfel kunt u de gebruiksaanwijzing van uw glucosemeter nalezen. 

Batterijen kunnen, als ze lang niet worden gebruikt, langzaam leeglopen. Wees hierop bedacht als u uw glucosemeter een lange tijd niet hebt gebruikt.

Ja, wij adviseren de batterijen in uw glucosemeter tegelijkertijd te vervangen. De oudere batterij verbruikt namelijk energie van de nieuwe. Hierdoor neemt het totale vermogen van de batterijen af. 

Cookies

Om de website van Mediq Direct Diabetes goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.