Op werkdagen voor 17.00 uur besteld, is de volgende dag in huis.

Injecteren

Iedereen heeft 24 uur per dag een klein beetje insuline nodig. Om hierin te voorzien, spuit u één of twee keer per dag langwerkende insuline. Deze wordt geleidelijk afgegeven aan uw lichaam. Om de glucosepieken na de maaltijd op te vangen, spuit u kortwerkende insuline. Het is ook mogelijk om een combinatie van kort- en langwerkende insuline tegelijk toe te dienen met een zogenaamde mixinsuline.

Insuline moet toegediend worden in het onderhuidse vetweefsel (subcutaan) van de buik, benen of billen. Vanuit de buik wordt insuline sneller opgenomen dan vanuit de zijkant van de benen of billen. Daarom kunt u snelwerkende insuline (de insuline die u toedient bij de maaltijd) het beste in de buik toedienen en langwerkende insuline in de zijkant van de bovenbenen of billen.

Als u vaak op dezelfde plek insuline toedient, kan er een verdikking onder de huid ontstaan. Er ontstaat dan als het ware littekenweefsel, vaak voelbaar als een kleine bobbel, soms ook zichtbaar. Omdat het onderhuidse weefsel beschadigd is, wordt de insuline niet goed of heel onvoorspelbaar opgenomen. Meestal stijgt de insulinebehoefte hierdoor. Deze onderhuidse verdikkingen worden aangeduid met de volgende namen: spuitplek, spuitinfiltraat, lipodystrofie, lipoatrofie of kort lipo’s.

Om spuitplekken (verdikkingen op de injectieplek) te voorkomen, krijgt u het advies om iedere keer van spuitplek te wisselen, zowel tussen linker en rechterlichaamshelft, als tussen buik, bovenbenen, flanken en billen. Binnen een spuitplek, bijvoorbeeld linkerzijde buik, kunt u elke injectie met een vingerbreedte verschil van de vorige geven. Daarnaast is het goed om bij elke injectie een nieuw naaldje te gebruiken. 

Het toedienen van koude insuline kan pijnlijk zijn, daarom krijgt u het advies deze op kamertemperatuur te geven. Een aangebroken insulinepatroon of een voorgevulde insulinepen kunt u maximaal vier weken buiten de koelkast bewaren, mits deze ongeveer tussen de 15 en 25 °C blijft. Zolang uw insuline onaangebroken is, kunt u deze in de koelkast bewaren in de originele verpakking (niet tegen het vriesvak).

Mensen die meer dan 40 of 50 eenheden nodig hebben op hetzelfde moment, kunnen de dosis het beste opsplitsen in twee injecties. Grotere hoeveelheden insuline worden namelijk minder goed opgenomen. De absorptie door het lichaam gaat beter als de insuline wordt toegediend in een kleine dosis. Ook werkt het dan efficiënter en beter voorspelbaar. Daarom is het advies doseringen boven de 40 tot 50 eenheden per keer, in twee injecties, direct achter elkaar op verschillende plekken te spuiten. U hoeft tussendoor niet te wisselen van naaldje.

Pennaalden

Vroeger dienden mensen insuline vaak toe in de huidplooi. Tegenwoordig spuiten ze steeds vaker loodrecht in de huid. Dit komt omdat de naaldjes korter zijn geworden. Naaldjes van 4, 5 en 6 mm vervangen naaldjes van 8 of 10 mm. Ook mensen met wat meer vetweefsel kunnen korte naaldjes gebruiken. Bij gebruik van korte naaldjes komt de insuline minder snel in de spier terecht. Een kort naaldje doet niet per se minder pijn dan een langer naaldje, omdat de pijnsensatie vooral in de opperhuid zit (bovenste laag van de huid).

Insuline moet toegediend worden in het onderhuidse vetweefsel. U kunt beter niet in een spier injecteren omdat dit pijnlijk is. Bovendien wordt de insuline dan sneller opgenomen en dit vergroot de kans op hypo’s.

Ja, dat is echt geen verkooppraatje van de fabrikanten. De naaldjes anno nu zijn heel dun en daardoor kwetsbaar. Bij meermalig gebruik worden naaldjes botter. De huid kan beschadigen en de naald verstoppen. Bovendien is eenmalig gebruik hygiënischer.

Pennaalden met een autoshield of autocover zijn ontwikkeld om prikongevallen en besmettingen met de pennaald te voorkomen, bij de gebruiker maar ook bijvoorbeeld bij de professional. De autoshield of autocover schermen de naald namelijk af na de injectie. Omdat de naald niet of minder goed zichtbaar is tijdens de injectie, kan deze ook uitkomst bieden voor mensen met prikangst. Overleg deze optie eventueel met uw zorgprofessional.

Insulinepennen

Een navulbare insulinepen is gemaakt van duurzaam materiaal. Deze gaat lang mee. Vrijwel alle zorgverzekeraars vergoeden eens per drie jaar een nieuwe insulinepen. Daarnaast krijgt u dikwijls een reservepen geleverd. Uiteraard krijgen mensen die lang- en kortwerkende insuline gebruiken, voor beide soorten insuline een pen vergoed.

Mocht uw insulinepen kapot gaan, dan kunt u uw reservepen in gebruik nemen. Vergeet daarna niet om bij uw diabeteszorgverlener een nieuwe insulinepen aan te vragen.

Er zijn insulinepennen verkrijgbaar waarmee u kunt doseren vanaf 0,5 eenheid insuline. Veel pennen hebben 1 eenheid als kleinste dosiseenheid. Ook de maximale dosis kan verschillen per insulinepen. Zo zijn er pennen die maximaal 30, 60 of 80 eenheden kunnen toedienen.

U spuit misschien wel 4x per dag, 28x per week en maar liefst 1460x per jaar insuline. Niet vreemd dat u soms niet meer weet of en hoeveel insuline u heeft toegediend. Noteer daarom standaard in uw mobiel of glucosemeter wanneer en hoeveel insuline u toedient. Want een injectie overslaan wilt u niet, maar een dubbele injectie geven is ook gevaarlijk.

Insuline kan er helder of troebel uitzien. Dit heeft te maken met het soort insuline. Om ervoor te zorgen dat de samenstelling van insuline goed is, wordt geadviseerd om een insulinepen met troebele insuline minstens tien keer op en neer te zwenken totdat deze egaal en wittig is. Heldere insuline hoeft u niet te zwenken.

Spuiten en naalden

Voor veel mensen is het spuiten van insuline een routine. Hierdoor kunt u geneigd zijn de spuit vaker op dezelfde plek te geven. Toch is dit niet goed, want hierdoor kan een verdikking onder de huid ontstaan. Dit wordt wel een spuitinfiltraat of spuitplek genoemd. Op den duur kan er zelfs littekenweefsel ontstaan. Omdat het onderhuidse weefsel beschadigd is, wordt de insuline niet goed of heel onvoorspelbaar opgenomen. Meestal stijgt de insulinebehoefte hierdoor.

Om spuitplekken te voorkomen is het belangrijk om veel te wisselen van spuitplek, zowel tussen linker en rechterlichaamshelft, als tussen buik, bovenbenen, flanken en billen. Op de spuitplek zelf kunt u elke injectie met een vingerbreedte verschil van de vorige injectie geven. Ook moet u iedere keer een nieuwe insulinespuit gebruiken. Daarnaast kunt u regelmatig controleren of u verdikkingen voelt of ziet op de plekken waar u regelmatig injecteert. Zodra u iets voelt, is het belangrijk deze plek een tijdje met ‘rust’ laten. Bespreek dit ook met uw zorgprofessional.

U kunt beter niet in een spier injecteren omdat dit pijnlijk is. Bovendien wordt de insuline dan sneller opgenomen en dit vergroot de kans op hypo’s, oftewel te lage suikerwaarden in uw bloed. Insuline moet toegediend worden in het onderhuidse vetweefsel.

Insuflon

Heeft u last van spuitangst en denkt u dat Insuflon iets voor u is? Overleg dit dan met uw zorgprofessional. Hij of zij kan hiervoor een persoonlijke machtiging uitschrijven. Als deze bij ons wordt ingediend, regelen wij de vergoeding rechtstreeks met uw zorgverzekeraar.

U kunt de Insuflon plaatsen op de plekken waar u ook insuline kunt toedienen: buik, billen en benen. Om huidirritaties en spuitplekken te voorkomen is het belangrijk om de Insuflon iedere keer op een andere plek te zetten. Dus afwisselen tussen linker en rechterlichaamshelft en buik, benen en billen. Binnen eenzelfde plek kunt u ervoor zorgen dat de insteekplaats iedere keer twee centimeter opschuift ten opzichte van de vorige keer.

Als de Insuflon goed is aangebracht kan uw kind er mee douchen en zwemmen.

Het is mogelijk een beschermingslaagje aan te brengen op de huid voordat u de Insuflon plaatst met bijvoorbeeld 3M™ Cavilon™. Hierdoor hecht de pleister beter en reageert de onderliggende huid minder gevoelig. 

Ja, de injectiepoort van de Insuflon is geschikt zowel voor baby’s als voor kinderen en volwassenen.

Ja dat is mogelijk. Bijvoorbeeld als de Insuflon niet goed zit of al te lang zit. Heeft u hoge bloedglucosewaarden, controleer dan of uw Insuflon nog goed zit en vervang deze eventueel. Als de huid rood of gezwollen is, kan dit duiden op een ontsteking. U moet daar dan geen insuline meer toedienen via de Insuflon.

Cookies

Om de website van Mediq Direct Diabetes goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.