Op werkdagen voor 17.00 uur besteld, is de volgende dag in huis.

De behandeling van diabetes mellitus type 2

Wat zijn de bijwerkingen van tabletten en wat kan ik doen om behandeling met tabletten te voorkomen?

‘’Het bleek dat door mijn overgewicht mijn lichaam ongevoelig was geworden voor insuline. Insulineresistent, heet dat. Diabetes type 2 kan heel lang in het lichaam zitten, terwijl je daar niks of weinig van merkt. Dat was bij mij het geval. Ik kreeg medicijnen voorgeschreven, Metformine. Die helpen goed en ik heb weinig last van bijwerkingen. Daarnaast heb ik mijn levensstijl aangepast. Ik ben gezonder gaan eten; meer groenten en fruit, minder calorieën. En ik sport nu iedere dag. Al met al voel ik me goed. Mijn bloedsuikerspiegel is dankzij de Metformine en mijn gezondere levensstijl goed op peil te houden." - Geertje, Vragenoverdiabetes.nl


Diabetes type 2 kenmerkt zich doordat het lichaam ongevoelig wordt voor de eigen insuline. In het ontstaan van deze ongevoeligheid spelen verschillende factoren een rol. Leeftijd, erfelijke aanleg en leefstijlfactoren zoals overgewicht of het bewegingspatroon zijn van invloed. Leeftijd en erfelijke aanleg zijn helaas niet te beïnvloeden maar ook niet te meten. Een gezond leefpatroon draagt bij goede bloedglucoseregulatie en kan behandeling met medicijnen vertragen. Wanneer er gestart moet worden met medicatie om de bloedglucose te verlagen is het goed om te letten op bijwerkingen. Raadpleeg hiervoor de bijsluiter. Wanneer u vermoed dat er bijwerkingen zijn overleg met uw zorgprofessional.

Ik moet insuline gaan spuiten. Wat komt er bij kijken?

......naar de internist ging met het verzoek om toch op de insuline over te gaan. Ik weet dat er mensen zijn die het spuiten zo lang mogelijk uitstellen maar in mijn geval was ik het zelf die bepaalde dat ik op de insuline over wilde gaan omdat ik veel last heb van de bijwerkingen van de Metformine. - Bianca op diabetesforum.be


Bij mensen zonder diabetes wordt insuline afgegeven aan het bloed om ervoor te zorgen dat glucose uit het bloed in de lichaamscellen kan worden opgenomen. Daar dient het als brandstof of wordt het opgeslagen als reservevoorraad. Bij diabetes type 2 reageert het lichaam niet goed op de insuline. Het wordt minder gevoelig, waardoor insuline steeds minder goed werkt. Als ondanks de behandeling met tabletten de bloedglucosespiegel te hoog blijft, is het nodig om, soms naast de bestaande tabletten, insuline te gaan spuiten om de bloedglucosespiegel te laten dalen. Dit betekent dat de ‘normale’ insulinebehoefte van uw lichaam door insuline-injecties moet worden ondersteund. 

Het lichaam heeft altijd insuline nodig om aan de glucosebehoefte van het lichaam in rust te kunnen voldoen, dit noemen we de basale insulinebehoefte. Daarnaast is er een insulinebehoefte nodig om de maaltijd goed te kunnen verwerken: dit noemen we de bolus behoefte. Bolus staat voor een éénmalige insuline gift die hoort bij de maaltijd.

Om de insulinevraag van uw lichaam goed na te kunnen bootsen is het noodzakelijk dat u:
  • Goed inzicht heeft in de hoeveelheid koolhydraten in uw voeding en de hoeveelheid insuline die u daarvoor nodig heeft, afhankelijk van de situatie.
  • Een insulineschema krijgt voorgeschreven dat u in staat stelt uw insulinebehoefte goed na te kunnen bootsen. Er zijn verschillende insulineschema's. Voor diabetes type 2 wordt meestal gebruik gemaakt van het 1-2 maal daags insulineschema. 

Ze hebben me aangeraden een dagcurve te maken, wat houdt dat eigenlijk in?

Zelfcontrole is heel belangrijk in de diabetesbehandeling. Zelfcontrole geeft inzicht in:
  • Hoe je reageert op bepaalde voedingsmiddelen
  • Hoe je reageert op lichaamsbeweging
  • Of bij een maaltijd de insuline hoeveelheid goed is ingeschat: of je te hoog of te laag zit
  • Hoe de bloedglucosespiegel er op dat moment voorstaat

Het meten van bloedglucosewaarden leidt niet tot een betere diabetesregulatie, het handelen dat er op volgt wel. Dit betekent dat zelfcontrole alleen nut heeft wanneer er ook iets met de resultaten gedaan wordt, bijvoorbeeld door de insulinedosering aan te passen of het voedings- of bewegingspatroon aan te passen.

Bij een intensief insulineschema 

Een intensief insulineschema biedt mogelijkheden voor zelfregulatie. Dit vraagt wel om een regelmatige controle van de bloedglucosespiegel. Onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat regelmatige controle van de bloedglucosespiegel leidt tot aanzienlijk minder hypo’s en hypers.

Actieve zelfregulatie vraagt om goede educatie. De frequentie van zelfcontrole wordt daarom als onderdeel van het behandelplan door door de zorgprofessional, in overleg met de patiënt, vastgesteld. Het advies is om te controleren voor iedere maaltijd en voor het slapen. Soms ook zowel voor, als 1,5 tot 2 uur na de maaltijd. Een controleschema waarbij nuchter, voor de maaltijden en voor het slapen wordt gecontroleerd, noemen we een 4-punts dagcurve. Wanneer ook voor en na de maaltijden wordt gecontroleerd, noemen we dit een 7-punts dagcurve. Soms wordt ook gevraagd ’s nachts te controleren. Om een goed overzicht te hebben is het aan te bevelen een dagboek te gebruiken waarin ook de bijzonderheden kunnen worden vermeld.

Bij een 1-2 maal daags insulineschema

Bij een 1-2 maal daagse behandeling is er meestal sprake van een grotere voorspelbaarheid in het leefpatroon. Hierdoor kan volstaan worden met minder frequente controle van de bloedglucosespiegel.
De diabetesfederatie adviseert:
Dagelijks nuchter tot stabiele bloedglucosewaarden
Eénmaal per week of eens per twee weken een vierpuntscurve: vóór de drie hoofdmaaltijden en vóór het slapen
Op indicatie éénmaal per week of eens per twee weken een zeven/achtpuntscurve: voorafgaand aan en na elke maaltijd, voor het slapen en bij twijfel aan nachtelijke ontregeling controle in de nacht.

Effectmetingen

Hoe reageert bloedglucose op wat ik doe? Dit is eenvoudig in beeld brengen door een effectmeting te doen. Als u wilt weten welk effect eten op de bloedglucose heeft, controleert u direct voor het eten en 1,5 tot 2 uur erna. Het verschil tussen beide metingen laat zien hoe groot het effect is geweest. Let op bij vette maaltijden, vetten veranderen namelijk de opnamesnelheid van koolhydraten. Uw diëtiste kan u hier meer over vertellen.
Bij het meten van het effect van beweging, moet u er rekening mee houden dat intensieve beweging een langdurig bloedglucose verlagend effect heeft. Het volstaat dan niet om alleen kort na het sporten te meten, een dagcurve maken geeft dan een beter beeld van het effect.

Goede bloedglucosemeting

De manier waarop een bloedglucosemeting wordt uitgevoerd is heel belangrijk. De meeste fouten in de uitslag ontstaan door fouten tijdens de meting. Bewaar de test strips koel en droog en zorg voor schone handen tijdens de meting. Ons advies is om ook jaarlijkse uw bloedglucosemeter en uw manier van meten te laten controleren door uw zorgprofessional. Op veel locaties worden jaarlijks metercontroledagen georganiseerd.

Zijn er andere behandelmogelijkheden dan tabletten of insuline mogelijk bij diabetes type 2?

‘’Ik had op 26 mei 2008 een Gastric Bypass, omdat ik toen 124kg woog met een lengte van 1.74 en een BMI van 41. Tegenwoordig schommel ik nog met een gewicht van ±72kg, mijn hart, bloeddruk en rug zijn veel beter.’’ – Sandrake, Diabetesforum.be


Overgewicht komt vaak voor bij mensen met diabetes type 2. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat chirurgische ingrepen die als doel gewichtsvermindering hebben een langdurige verbetering van de bloedglucoseregulatie tot gevolg kunnen hebben. Niet alleen de bloedglucose, maar ook de cholesterol- en bloeddrukwaarden verbeteren. De effecten hiervan zijn veel langduriger dan bij mensen die alleen met een leefstijlinterventie behandeld worden. Om in aanmerking te komen, moet er wel sprake zijn van een BMI >35 bij mensen met diabetes.

GLP-1

GLP-1 staat voor Glucagon-Like Peptide-1. Dit is een hormoon dat in de darm wordt gemaakt. In combinatie met glucose geeft dit hormoon de alvleesklier een signaal om insuline aan het bloed af te geven zodra de bloedglucosespiegel stijgt. Bij veel mensen met diabetes type 2 werkt het GLP-1 niet goed, er wordt te weinig van het hormoon aangemaakt om de alvleesklier voldoende te stimuleren. Dit kan worden aangevuld door middel van een injectie. Het doel van GLP-1 therapie is het handhaven van een normale bloedglucosewaarde door het tekort aan GLP-1 te compenseren. Het voordeel van deze behandeling is dat het alleen effect heeft op de insulineafgifte wanneer de bloedglucosespiegel oploopt. Hierdoor is de kans op te lage bloedglucosewaarden verwaarloosbaar. Dit in tegenstelling tot insulinebehandeling.

Cookies

Om de website van Mediq Direct Diabetes goed te laten werken en u de beste online ervaring te bieden, gebruiken we analytische en functionele cookies.